De verlaging van de registratierechten van 12,5% naar 3% was bedoeld om de koopkracht van de Walen te vergroten, maar leidde vooral tot een stijging van de vastgoedprijzen.
Op 11 juli 2024 presenteerde de coalitie MR-Les Engagés in Wallonië haar regeerakkoord. Eén van de belangrijkste maatregelen was de verlaging van de registratierechten van 12,5% naar 3%, die op 1 januari 2025 van kracht werd. Deze rechten, die bij elke nieuwe aankoop van onroerend goed verschuldigd zijn, vormen een soort 'toegangskaart' die moet worden betaald om een lening te krijgen. Tot dan toe gingen ze gepaard met gerichte steunmaatregelen: wooncheques (belastingkredieten, waarvan vooral de middenklasse profiteerde), aftrekposten voor starters (geen belasting voor de eerste schijf van 20.000 euro) en een tarief van 6% voor mensen met een bescheiden inkomen. Deze cumuleerbare steunmaatregelen maakten het voor huishoudens met een laag inkomen mogelijk om de drempel voor het kopen van een woning te halen.
Door deze steunmaatregelen af te schaffen ten gunste van één enkel tarief van 3% voor elke woning " bestemd om de eigen en enige woning te worden", stelde de regering dat zij de vastgoedmarkt wilde stimuleren en de toegang tot eigendom wilde vergemakkelijken. Op papier lijkt het argument solide: door deze 'toegangsprijs' te verlagen, neemt de leencapaciteit van huishoudens automatisch toe. Hoewel de toegang tot het bankkrediet inderdaad is verbeterd en sommige huishoudens 'betere' woningen hebben kunnen kopen, blijft het eindresultaat van de maatregel toch gemengd.
Ten eerste vormden deze registratierechten één van de belangrijkste fiscale hefbomen waarover Wallonië beschikte om de toch al kwetsbare schatkist te spekken. Het verlies aan inkomsten wordt geraamd op 250 miljoen euro per jaar, wat ongeveer overeenkomt met de "begrotingsinspanning" die voor het jaar 2025 werd gevraagd. Daarnaast gaat de maatregel voorbij aan een essentieel aspect: de woningmarkt is niet alleen een hefboom voor fiscaliteit, maar ook een plek van speculatie waar vraag, aanbod en strategieën van projectontwikkelaars samen de prijzen bepalen.
In 2025 was er een recordstijging van 16,7% van de vastgoedprijzen in Wallonië
Logischerwijs was de eerste impact van deze hervorming al snel merkbaar, met een recordstijging van 16,7% van de vastgoedprijzen in Wallonië in 2025 (tegenover 14,1% in Vlaanderen en 7% in Brussel). Paradoxaal genoeg heeft de verlaging van de registratierechten dus eerder geleid tot een stijging van de prijzen dan een toename van de koopkracht van de huishoudens. Het resultaat is duidelijk: huisvesting is duurder dan voorheen, terwijl de steunmaatregelen die de inkomensverschillen compenseerden zijn afgeschaft. Sommigen zullen zich ook verbazen over het ontbreken van een plafond: zo betaalt een koppel dat een villa van twee miljoen euro koopt in Waals-Brabant hetzelfde tarief als een koppel dat een klein huis van 150.000 euro koopt in Henegouwen. Het universele karakter van het tarief maskeert grote ongelijkheden tussen situaties.
De tweede impact is ook voelbaar in de portemonnee van huishoudens, die hogere leningen moeten aangaan om dezelfde goederen te kunnen kopen. De hypothecaire kredieten stegen in het eerste kwartaal van 2025 met 27,5%.
De Waalse regering heeft een herverdelingsbeleid vervangen door een beleid dat blind is voor ongelijkheden
Kortom, de verkoper verhoogt zijn prijzen en de koper gaat meer schulden aan. In totaal zijn er én meer woningen verkocht én tegen hogere prijzen. Onder het mom van '3% pour tout le monde' heeft de Waalse regering een herverdelingsbeleid vervangen door een beleid dat blind is voor ongelijkheden. De overheid loopt inkomsten mis, de huishoudens hebben geen reële koopkracht gewonnen en de speculatie heeft nieuwe brandstof gevonden.