Samenleving & Politiek

Na de klap: welke koers kiest Groen?

Op 12 december kondigde Bart Dhondt zijn ontslag aan als voorzitter van Groen, © ID Fred Debrock

Op 28 maart kiest Groen een nieuwe partijvoorzitter. Maar om de partij opnieuw op de rails te zetten, is veel meer nodig. Te beginnen met een duidelijke beslissing over haar koers voor de komende jaren. Groen staat op een driesprong.

Op 12 december kondigde Bart Dhondt zijn ontslag als voorzitter van Groen aan. Hij stelde dat het de laatste tijd in de media meer ging over het feit dat hij weinig zichtbaar was dan over het werk van de partij. Het was tijd voor een doorstart. Op 28 maart kiest Groen een nieuwe voorzitter. Die keuze is uiteraard van groot belang, maar wie denkt dat een nieuwe voorzitter de partij in zijn of haar eentje gaat redden, vergist zich schromelijk. Om de partij opnieuw op de rails te zetten is veel meer nodig, te beginnen met een duidelijke beslissing over haar koers voor de komende jaren. Blijft die ongewijzigd of wordt resoluut voor een andere richting gekozen?

Dat strategisch debat kan niet los worden gezien van de verkiezingsuitslag van juni 2024. Sommigen wezen erop dat 7,3% bij de Vlaamse verkiezingen in vergelijking met de resultaten van de voorbije dertig jaar niet slecht was. Maar naast overwinningsnederlagen bestaat er ook zoiets als een verliezersnederlaag. In de perceptie van pers en publiek kreeg Groen in juni 2024 een zware klap, met als gevolg dat het groene verhaal veel legitimiteit verloor. Dat blijkt ook uit de snelheid waarmee de huidige regeringen zonder schroom - soms integendeel - groen beleid terugdraaien. Wil Groen opnieuw van betekenis zijn, dan zal er zeer hard gewerkt moeten worden, op de eerste plaats aan een doordachte strategie, een geloofwaardig verhaal en een betere interne partijwerking waar informatie en ideeën niet alleen van boven naar onder stromen, maar ook van onder naar boven.

Binnen de partij gaan er al enkele jaren stemmen op voor een herijking van de koers. Sommigen pleiten voor een herideologisering en een assertievere lijn, anderen pleiten voor een meer groen-realistische koers, en nog anderen schuiven nog andere pistes naar voren. Om die wirwar van ideeën te ordenen, maak ik gebruik van een methodiek met scenario's. Daarbij beperk ik me tot drie scenario's. Die aanpak helpt om de discussie te verscherpen en het debat te verrijken. Het nadeel is dat sommigen zouden kunnen denken dat de uiteindelijk keuze per definitie één van die drie scenario's wordt, wat in dit soort oefeningen zelden het geval is. In de praktijk ontstaat door deze methodiek vaak een variant op van één van de besproken pistes. Anders gezegd: dankzij een debat over pistes A, B en C, vindt men de betere piste 'B-plus'.

Parlementair werk versus ideeënstrijd

In de drie scenario's die ik straks toelicht, komt onder meer het onderscheid aan bod tussen "traditioneel parlementair werk" en "ideeënstrijd/metapolitiek". Wat wordt daarmee bedoeld? Politici zijn uiteraard niet uitsluitend actief binnen regeringen, parlementen of provincie- en gemeenteraden. Ze organiseren persbriefings, zijn aanwezig op sociale media, publiceren opiniestukken en boeken, organiseren studiedagen en nog veel meer. Daarbij gaat het niet alleen over concrete dossiers, maar ook over ideologie, over een visie over de organisatie van de samenleving, en over waarden.

Bij sommige partijen gaat het daarbij om meer dan louter een "ideeënstrijd". Hun handelen past binnen een metapolitieke benadering: een langdurige en uitgekiende strategie die erop gericht is de heersende "common sense" te veranderen, zodat bepaalde voorstellen en ideeën op termijn als aanvaardbaarder worden ervaren. Wanneer men bijvoorbeeld het huidige asielbeleid vergelijkt met dat van tien jaar geleden, valt moeilijk te ontkennen dat de dominante waarden en visies aanzienlijk zijn verschoven. Beleidsmaatregelen die toen nauwelijks denkbaar waren, genieten vandaag een veel breder maatschappelijk draagvlak. Dat is niet uitsluitend het gevolg van parlementair werk door rechts en extreemrechts, maar veeleer van een succesvolle metapolitieke strategie die het ideologisch kader van het debat heeft hertekend, en waarin het parlementair werk één element is.

N-VA en PVDA leggen binnen een metapolitieke strategie veel sterker de nadruk op ideeënstrijd

Groen heeft de voorbije jaren in hoofdzaak ingezet op het parlementaire werk, wat soms ook een element omvat van ideeënstrijd. Andere partijen, denk aan N-VA en PVDA, leggen binnen een metapolitieke strategie veel sterker de nadruk op die ideeënstrijd. Dat verschil manifesteert zich onder meer in wat ik zou omschrijven als "intellectuele productie": het systematisch ontwikkelen en verspreiden van diepgaande analyses over samenleving, normen en waarden, via teksten en tussenkomsten in de media of in het parlement. Partijen die de afgelopen jaren op een bepaald momenten gescoord hebben, waren ook sterk in intellectuele productie en ideeënstrijd.

Scenario 1: status quo

In dit eerste scenario zet Groen in grote lijnen het beleids- en organisatiemodel van de voorbije jaren voort, eventueel met beperkte wijzigingen in de marge. De nadruk ligt op continuïteit.

De partij legt een uitgesproken klemtoon op het klassieke parlementair werk. Groen blijft in belangrijke mate functioneren als een mandatarissenpartij die maatschappelijke verandering voornamelijk tracht te realiseren via vertegenwoordiging en besluitvorming in raden en parlementen. De focus ligt daarbij vooral op de behandeling en opvolging van concrete beleidsdossiers, terwijl maatschappelijke analyses en systematische intellectuele productie een minder prominente plaats innemen. Het politiek handelen van partijmandatarissen is hoofdzakelijk reactief.

De politieke prioriteiten zijn klimaat- en milieubeleid, maar ook veel andere beleidsdomeinen zoals sociale zaken, onderwijs en asiel- en migratiebeleid komen aan bod, al blijft de partij het moeilijk hebben om in deze domeinen legitimiteit te verwerven.

Er zijn relatief beperkte interacties met het middenveld. Ze hangen grotendeels af van individuele initiatieven van parlementsleden. Er is geen partijbrede middenveldstrategie.

Er is een cultuur van opsommen: én klimaat én het sociale én het bedrijfsleven. Het kan allemaal samen aan bod komen. Winwinwin is het ideaal. Ideologische keuzes worden zelden verhelderd; integendeel, zij blijven veeleer op de achtergrond. Een explicitering zou immers kunnen leiden tot heftige reacties. Want de centrale vraag is niet zozeer wat inhoudelijk wenselijk of noodzakelijk is, maar wat er vandaag in deze context kán worden gedaan en gezegd. Want Groen is een kleine partij en opereert - volgens de partijleiding - in een moeilijke context, wat leidt tot angst voor kritiek, met als gevolg regelmatig rijden met de handrem op of het afvijlen van de scherpe hoeken van de communicatie. Dat enkele parlementsleden hiervan wel eens afwijken, doet weinig af aan het dominante partij-imago.

Marketinginstrumenten en kiezersonderzoek spelen een centrale rol in de werking van de partij. Die moeten helpen om te peilen naar wat electoraal aanslaat bij potentiële kiezers. Rekening houden met bestaande opinies en verwachtingen is zeer belangrijk. Het reactieve neemt meer tijd in dan het proactieve. Men kiest niet voor het ontwikkelen en uitdragen van een eigen, coherent verhaal als aanbodpartij. Men gelooft dat men zo aan een volgende regering kan deelnemen - een strategie van office seeking.

Intern ligt de klemtoon op het formuleren van boodschappen die voor zo weinig mogelijk frictie zorgen, net omdat de partij geen goed functionerende organen heeft om het debat te laten plaatsvinden. Basisdemocratie fungeert op de eerste plaats als instrument om interne spanningen te kanaliseren en militanten de mogelijkheid te geven hun mening te delen, en niet zozeer als mechanisme voor beleidsbepaling. Men gaat ervan uit dat partijbrede, brave communicatie en een verregaande centralisering van de besluitvorming noodzakelijk zijn om de partij te beschermen tegen negatieve percepties in de media.

Deze strategische lijnen genieten niet altijd onverdeelde steun. Hoewel er binnen de partij verschillende tendensen bestaan, mondt het besluitvormingsproces, dat hoofdzakelijk informeel is, telkens opnieuw uit in een _business-as-usual-_scenario en dus een status quo. In die zin kan dit scenario worden geïnterpreteerd als de illustratie van een intern machtsevenwicht waarin geen enkele stroming voldoende gewicht heeft om de cursor duidelijk in een andere richting te duwen.

Voordelen

Dit is gekend terrein en vereist geen ingrijpende aanpassingen op vlak van structuren, communicatie of interne partijorganisatie. Discussies waarvan men vreest dat ze de partij zouden kunnen verdelen of verzwakken, worden vermeden. Men speelt op veilig.

Nadelen

Het is de vraag of dit scenario veel mensen, en in het bijzonder jongeren, zal aanspreken om zich te engageren voor de partij. Verder blijft de invloed op het politiek en maatschappelijk debat zeer beperkt. In de Wetstraat behoudt de partij haar statuut van outsider met weinig impact, met uitzondering van enkele specifieke dossiers waar individuele parlementsleden erin slagen daadwerkelijk het verschil te maken, zoals PFAS.

Zal het status quo scenario voldoende jongeren aanspreken om zich te engageren voor de partij?

Kan de partij in dit scenario een doorstart maken en opnieuw een betekenisvolle rol spelen in de Wetstraat, vergelijkbaar met haar positie in de jaren 1990 of tijdens het voorzitterschap van Wouter Van Besien in de periode 2009-2014? Dat lijkt twijfelachtig. De voorbije 25 jaar tonen aan dat enkel aanbodpartijen - die met ideologische duidelijkheid en communicatief lef hun verhaal brengen - electoraal weten te groeien. Voorbeelden hiervan zijn N-VA, Vlaams Belang en Vooruit, elk in een bepaalde fase van hun geschiedenis.

In het status quo-scenario hangt de kans op succes hoofdzakelijk af van twee factoren. Enerzijds is er het voorzitterschap, waarvan de impact per definitie onzeker is. Anderzijds speelt de externe context een doorslaggevende rol. Wanneer die gunstig is - zoals tijdens de brede maatschappelijke mobilisatie rond het klimaat in 2018-2019 - kan de partij daarop meeliften en groeien. In een ongunstige context daarentegen blijven dergelijke groeikansen uit. Een gelijkaardige afhankelijkheid geldt ten aanzien van electorale concurrenten: hun relatieve succes of falen kan aanzienlijke gevolgen hebben op de verdere ontwikkeling van Groen, zeker binnen dit scenario. In die zin legt de partij in dit scenario haar toekomst in belangrijke mate in handen van het voorzitterschap en van externe factoren.

Perspectieven

Onder gunstige omstandigheden en met een positieve politieke en maatschappelijke context in 2029 kan Groen een electorale score van 7 à 8% halen, mogelijk zelfs hoger. Indien de context daarentegen ongunstig is en de partij geconfronteerd wordt met zware electorale concurrentie, bestaat het risico dat Groen tegen 2029 richting kiesdrempel gaat.

Scenario 2: econova

In dit tweede scenario hanteert de partij een optimistisch, toekomstgericht en voluntaristisch discours over de ecologische transitie. Daarbij wordt doelbewust afstand genomen van alarmistische narratieven en van het degrowth-denken. Groen positioneert zich als een partij van innovatie en oplossingen, waarbij technologie en bedrijven een sleutelrol spelen. De communicatieve nadruk ligt op geruststelling en hoop. Soms wordt ingezet op grootschalige structurele hervormingen - voor zover deze technisch haalbaar zijn en op voldoende maatschappelijk draagvlak kunnen rekenen - dan weer op incrementele vooruitgang via stapsgewijze beleidsmaatregelen. In deze benadering functioneert Groen primair als een aanbodpartij. Netwerking met bedrijven is belangrijker dan netwerking met vakbonden. Thema's zoals asielbeleid en democratie worden tussen haakjes gezet. Vandaag geniet dit scenario slechts beperkte steun, maar omdat het aansluit bij technologisch optimisme en helpt om 'moeilijke debatten' over structuren en machtsverhoudingen uit de weg te gaan, heeft het groeipotentieel.

Voordelen

Dit scenario sluit aan bij het vertrouwen van velen in technologische oplossingen voor de klimaat- en milieucrisis en werkt daardoor niet verontrustend. Het creëert ruimte om ook kiezers buiten het traditionele electoraat aan te spreken. Cruciaal is dat het verhaal vernieuwend overkomt. De partij kiest expliciet voor een offensieve strategie.

Nadelen

Dit scenario houdt een risico in van ideologische spanningen binnen de partij, aangezien niet iedereen zich in deze benadering zal kunnen vinden. Dat kan leiden tot interne spanningen die extern zichtbaar worden. Daarnaast bestaat het risico dat bepaalde actoren uit het middenveld zich verweesd voelen en aanvoeren dat de voorstellen van Groen zich te sterk inschrijven in het bestaande economische systeem, dat zij net beschouwen als een fundamentele oorzaak van de huidige klimaat- en milieucrises.

Het econova scenario houdt een risico in van ideologische spanningen binnen de partij

Perspectieven

Groen riskeert een deel van zijn uitgesproken ecologisch georiënteerde kiezers te verliezen. Daartegenover staat de mogelijkheid om nieuwe kiezers aan te spreken, zeker indien Anders (Open VLD) een te radicale koers voert en Vooruit blijft worstelen met de regeringsdeelname. Theoretisch opent dit scenario electorale groeiperspectieven. Het veronderstelt echter een partijleiding met grote legitimiteit en het vermogen om moeilijke debatten binnen de partij in goede banen te leiden. De vraag rijst waarom een nieuwe partijvoorzitter ervoor zou kiezen deze strategie te volgen, wanneer een meer voorzichtige koers makkelijker is.

Scenario 3: feniks

Met het derde scenario kiest de partij voor een heel andere richting. Ze zet een herbronningstraject op van één tot twee jaar, in dialoog met het middenveld en burgers. Tijdens deze periode gaat veel tijd en energie van de partij naar dit traject. Tegelijk blijft de partij in deze fase assertief politiek werk verrichten en profileert zij zich als een aanbodpartij, onder meer door actieve deelname aan maatschappelijke debatten via sociale media, opiniebijdragen en andere publicaties.

Aan het einde van dit traject treedt de partij naar buiten met een vernieuwd programma, een herijkt politiek verhaal en een vernieuwde interne werking. Ze vertelt dat nieuwe verhaal met zelfvertrouwen en durf. Naar analogie met het vernieuwingstraject van Les Engagés in de vorige legislatuur, positioneert Groen zich zo bij de verkiezingen van 2029-2030 als een duidelijk herkenbaar alternatief, binnen een strategie die inzet op voters seeking.

Met een feniks scenario positioneert Groen zich in 2030 als een duidelijk herkenbaar alternatief

De partijleiding zorgt daarbij voor nieuwe zuurstof in de partij en moedigt het politieke debat binnen de partij aan, met bijzondere aandacht voor de lokale afdelingen, en ook voor burgers buiten de partij die zich maatschappelijk willen engageren. Door de toegenomen zelfverzekerdheid ontstaat meer ruimte om mandatarissen en militanten autonomie en beleidsmarge toe te kennen.

Inhoudelijk legt de partij de nadruk op de verbanden tussen ecologie en economie, evenals tussen klimaat- en sociale vraagstukken. Er worden ook nieuwe analytische kaders ontwikkeld rond democratie, burgerschap en de rechtsstaat. Deze analyses plaatst de partij expliciet in de politieke vitrine. Het najaarscongres in 2026 fungeert niet als een klassiek congres rond dossiers en beleidsvoorstellen, maar als een (eerste) ideologisch congres. De intellectuele productie wordt aanzienlijk opgedreven, met als ambitie actief deel te nemen aan de ideeënstrijd. Dit alles vergt een metapolitiek traject van lange adem, met een dubbele tijdshorizon: de verkiezingen van 2029-2030 én een strategische blik richting 2040.

Voordelen

Een deel van het electoraat is op zoek naar een nieuw politiek project en staat open voor een alternatief voor het dominante neoliberale verhaal van de voorbije decennia. Deze benadering sluit bovendien aan bij zowel het historische profiel van de partij als bij bepaalde hedendaagse ontwikkelingen binnen het middenveld en in het buitenland. Ook in Vlaanderen hebben partijen die in het verleden vertrokken van hun eigen sterktes en bereid waren tegen de dominante stroming in te gaan, electorale weerklank gevonden.

Nadelen

Een meer assertieve en radicale positionering zal onvermijdelijk leiden tot scherpe tegenaanvallen, wat de vraag oproept in welke mate de partij daarop voorbereid is. In het Vlaanderen van 2026-2030 is het bovendien onzeker of de groep kiezers die ontvankelijk is voor een assertief groen verhaal voldoende groot is. De huidige dubbele hegemonie van efficiëntiedenken en nationalisme - zoals eerder in dit blad beschreven door Ico Maly - lijkt zo dominant geworden dat men het risico loopt dat de partij in de marge van de Wetstraat belandt, een positie met beperkt electoraal groeipotentieel (maar spreken de resultaten van PVDA dat dan weer niet tegen?).

Perspectieven

Het slagen van dit scenario veronderstelt een aantal cruciale randvoorwaarden: een partijleiding en parlementaire fracties die zich expliciet achter deze strategische lijn scharen, een grote capaciteit voor diepgaande maatschappelijke analyses en performante netwerken in en met het middenveld. Daarnaast zijn een langetermijnperspectief, evenals veel lef en politieke moed, onontbeerlijk.

Is er een vierde scenario?

Theoretisch kan een vierde scenario worden onderscheiden, namelijk de vorming van een kartel tussen Vooruit en Groen bij de verkiezingen van 2029. In dit scenario organiseren beide partijen gedurende twee jaar gezamenlijke ontmoetingen en workshops, met als doel wederzijds vertrouwen op te bouwen, thema's en dossiers uit te diepen, en convergenties en meningsverschillen in kaart te brengen. Tegelijk worden afspraken gemaakt over het dagelijkse politieke functioneren. In 2028 wordt het kartel Vooruit-Groen formeel bekrachtigd op een gezamenlijk congres, samen met een gemeenschappelijk verkiezingsprogramma. In 2029 trekken Vooruit en Groen vervolgens samen naar de kiezer, met de ambitie de grootste partij te worden, de dominante positie van N-VA te doorbreken en aanspraak te maken op de mandaten van minister-president en premier. In dit scenario krijgen we in 2029 niet opnieuw een electorale confrontatie tussen N-VA en Vlaams Belang, maar een competitie tussen N-VA en een roodgroen kartel.

Het vierde scenario, een kartel tussen Vooruit en Groen, zou theoretisch gezien na 2030 onderwerp van debat kunnen worden

Het zwakke electorale resultaat van het roodgroene kartel bij de meest recente verkiezingen in Nederland zette een domper op het enthousiasme bij de (schaarse) verdedigers van dit scenario. Daarnaast is de inhoudelijke afstand tussen Vooruit en Groen op meerdere dossiers aanzienlijk, denk maar aan het asiel- en migratiebeleid. Een gemeenschappelijk programma uitwerken, zou neerkomen op verregaand politiek bochtenwerk langs beide zijden. Bovendien is het aannemelijk dat een dergelijk project binnen beide partijen op stevige interne weerstand zou stuiten. Een keuze voor een kartel met Groen zou Vooruit in de regeringen zwaar aangerekend worden. Daarbij rijst de bijkomende vraag waarom Vooruit haar bevoorrechte relatie met N-VA zou opgeven. Hoewel dit scenario theoretisch gezien na 2030 onderwerp van debat zou kunnen worden, lijkt het vandaag dermate weinig waarschijnlijk dat het hier niet opgenomen is als vierde scenario.

Scharniermoment

Deze scenario's beogen geen voorspellingen te zijn, noch volledig uitgewerkte toekomstbeelden. Het gaat integendeel om bewust duidelijk afgelijnde denkkaders die keuzes uit het verleden expliciteren en het strategische debat over de partijlijn voor de komende jaren kunnen helpen verhelderen. De verkiezing van een nieuwe partijvoorzitter op 28 maart vormt daarbij een belangrijk scharniermoment, dat mogelijk al indicaties geeft over de richting die Groen in de komende jaren wil inslaan.

 

SAMPOL ONLINE

40€/jaar

  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
Meest gekozen 

SAMPOL COMPLEET

50€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
 

SAMPOL STEUN

100€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
  • Je krijgt een SamPol draagtas*
 

SAMPOL SPONSOR

500€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
  • Je krijgt een SamPol draagtas*