Samenleving & Politiek
BUITENLAND

Van Venezuela tot Groenland: de terugkeer van energie-imperialisme

Trump ontvangt topfiguren uit de Amerikaanse olie-industrie, minder dan één week na de ontvoering van Maduro.

Energie en grondstoffen staan centraal in de huidige geopolitieke strijd om macht en invloedssferen. Kan Europa in deze wereld nog een eigen koers varen?

In de eerste weken van 2026 werd een zittend staatshoofd uit Venezuela ontvoerd, enterden Amerikaanse mariniers olietankers op volle zee en trok Washington zich terug uit tientallen internationale organisaties, waaronder het VN‑klimaatverdrag uit 1992. Tegelijkertijd laaiden massale protesten op in Iran, verscherpte president Trump zijn belangstelling voor Groenland en zaten honderdduizenden Oekraïners zonder stroom na (alweer) zware Russische aanvallen op de energie‑infrastructuur van het land.

Op het eerste gezicht lijken dit losstaande crisissen. Ze spelen zich af in verschillende regio's en contexten, maar ze delen één rode draad: energie en grondstoffen. Venezuela bezit de grootste bewezen oliereserves ter wereld, Iran de op één na grootste gasreserves, Groenland beschikt over zeldzame aardmetalen die cruciaal zijn voor zowel de energietransitie als defensie, Rusland steunt op immense fossiele rijkdommen en de VS zijn uitgegroeid tot 's werelds grootste olie‑ en gasproducent.

Het is dan ook logisch dat analisten spreken over een nieuwe imperiale wedloop om grondstoffen. Olie en gas worden daarbij in één adem genoemd met koper, lithium, kobalt, titanium en zeldzame aardmetalen. Het gaat om materialen die tegelijk bepalend zijn voor onze energievoorziening (zowel fossiel als hernieuwbaar), maar ook voor onze industrie en militaire slagkracht. Ze vormen de materiële basis van de sleuteltechnologieën van deze eeuw, van zonnepanelen en batterijen tot drones, datacenters en geavanceerde wapensystemen.

De hedendaagse machtsstrijd speelt zich af in een wereld van energie‑overvloed, niet van acute tekorten

Toch zitten we vandaag niet in het klassieke verhaal van 'grondstoffenoorlogen'. De hedendaagse machtsstrijd speelt zich af in een wereld van energie‑overvloed, niet van acute tekorten. Dat geldt zeker voor olie en gas, waar het aanbod structureel groter is dan de vraag. Zelfs tijdens de recente onrust in Venezuela bleef de olieprijs daardoor schommelen rond het lage niveau van 60 dollar per vat. Maar steeds vaker geldt die overvloed ook voor de productie van schone energietechnologieën als zonnepanelen en batterijen. Zelfs bij kritieke mineralen gaat het vooral om toekomstige knelpunten, niet om onmiddellijke schaarste.

Waar het vandaag in de geopolitiek van energie écht om draait, is dus niet zozeer toegang tot 'schaarse' energie, maar eerder een strijd om geopolitieke macht en controle. Energie en grondstoffen zijn daarbij een instrument, niet zozeer het einddoel. Staten gebruiken ze om invloedssferen af te bakenen: door afhankelijkheden te creëren, toegang voor rivalen te beperken, hun eigen energiemodel te exporteren, maar ook door energie‑infrastructuur rechtstreeks aan te vallen en energie(technologie) als drukmiddel in te zetten.

In dat neo-imperiale spel tekenen zich twee concurrerende modellen af. Aan de ene kant zijn er de petrostaten, aangevoerd door de VS, Rusland en Saoedi‑Arabië, die hun macht ontlenen aan fossiele energie en dit ook willen bestendigen. Daartegenover staat het nieuwe model van de elektrostaat, met China als exponent, die een dominante positie heeft opgebouwd in de productie en waardeketens van schone energietechnologie. Deze twee modellen concurreren niet alleen om afzetmarkten maar om invloedssferen in de wereldorde van de 21ste eeuw.

Donroe doctrine

De Amerikaanse interventie in Venezuela lijkt op het eerste gezicht een schoolvoorbeeld van een war for oil. In zijn triomfantelijke persconferentie na de ontvoering van Nicolás Maduro zei Trump het gewoon openlijk: "We're going to take back the oil that, frankly, we should have taken back a long time ago." Hij nam het woord 'olie' 27 keer in de mond; het woord 'democratie' geen enkele keer. De bedoeling is zelfs om de Venezolaanse oliesector over te nemen 'voor onbepaalde tijd'. Trump is in dat opzicht eerlijker dan zijn voorgangers, maar de kans bestaat dat hij zichzelf heeft misleid.

De vraag is namelijk of Venezuela wel een echte 'resource prize' is. De vaak geciteerde 300 miljard vaten 'bewezen' oliereserves in de Orinoco zijn grotendeels het resultaat van politieke boekhouding uit het Chávez-tijdperk. De zwavelrijke en stroperige olie is technisch moeilijk winbaar, extreem kapitaalintensief en vergt stabiele infrastructuur, betrouwbare elektriciteitsvoorziening en een voorspelbaar regelgevend kader. Dat alles ontbreekt vandaag. ExxonMobil noemde de zieltogende Venezolaanse oliesector zelfs 'uninvestable', waarop Trump hen meteen dreigde uit te sluiten van het land. Geen enkel groot oliebedrijf zal daar snel miljarden inzetten zolang het strategische landschap met één tweet of persbabbel helemaal kan kantelen.

Ook elders roept Trumps grondstoffenrush praktische vragen op. Of het nu gaat om de Amerikaanse jacht op de bodemrijkdommen van Groenland, de mineralendeal die Zelensky met de rug tegen de muur moest ondertekenen (zonder expliciete veiligheidsgaranties in ruil te krijgen van Washington) of aan vredesbemiddeling gekoppelde exploitatierechten in Centraal-Afrika, telkens is het onduidelijk of er daadwerkelijk toegang tot economisch rendabele reserves wordt verworven, laat staan of er werkelijk investeringen zullen volgen die tot nieuwe, verhoogde productie zullen leiden.

Voor Trump fungeren grondstoffen vooral als pasmunt en als signaal van geopolitiek machtsvertoon

Dat is misschien ook niet het punt. De grondstoffendeals die Trump vaak met veel bombarie aankondigt, lijken voorlopig weinig impact te hebben op investeringen of handelsstromen. In Trumps transactionele buitenlandpolitiek fungeren grondstoffen vooral als pasmunt en als signaal van geopolitiek machtsvertoon. De kidnapping van Maduro is aantrekkelijk, niet omdat het morgen massaal olie zal opleveren, maar omdat controle over Venezuela Washington invloed geeft in Latijns-Amerika, extra hefbomen creëert tegenover landen als Cuba en Iran, en een signaalfunctie heeft richting andere staten: de oliereserves in Amerika's achtertuin moeten uit handen blijven van de Russen en Chinezen.

In de veelbesproken Nationale Veiligheidsstrategie van 4 december wordt dit het 'Trump Corollary' bij de Monroe Doctrine genoemd, ook wel bekend als de Donroe doctrine. Het verplicht de VS ertoe het westelijk halfrond vrij te houden van 'vijandige buitenlandse inmenging of bezit van belangrijke activa,' zoals de vele grondstoffen en energievoorraden die de regio bezit.

Fossiele machtsblok

De logica achter Trumps grondstoffenfantasieën staat niet op zichzelf. Ze past in een bredere strategie die door petrostaten steeds explicieter wordt omarmd: het actief verdedigen van fossiele brandstoffen in een wereld die aan het verschuiven is richting nieuwe energietechnologieën. Voor deze landen is de energietransitie een directe bedreiging. Rusland gebruikt olie en gas al langer als geopolitiek wapen. De Golfstaten investeren weliswaar in hernieuwbare energie, maar blijven tegelijk inzetten op het verlengen van het fossiele tijdperk door productie op te schalen en marktaandelen te verdedigen. Qatar dreigde er bijvoorbeeld al mee de gaskraan dicht te draaien als de EU haar zorgplichtwet, een belangrijk deel van de Europese Green Deal, niet zou bijstellen.

Nieuw is dat Washington zich onder president Trump sterk aligneert met de andere petrostaten in hun verzet tegen de energietransitie. Binnenlands vertaalt zich dat in het terugdraaien van klimaatwetgeving, het openstellen van nieuwe gebieden voor olie- en gasexploratie en het promoten van het 'energy dominance'-discours. Fossiele productie wordt daarbij voorgesteld als een kwestie van nationale veiligheid, terwijl klimaatbeleid wordt geframed als economische en strategische zwakte, of simpelweg weggezet als 'woke'. Desalniettemin blijkt dat de groei van hernieuwbare energie zich moeilijk laat terugdraaien. Eén van de redenen is dat de grote techbedrijven blijven investeren in hernieuwbare energie om hun enorme honger naar elektriciteit voor AI en datacenters op te vangen.

De anti-klimaatagenda wordt even actief uitgerold op de internationale scene. De VS trokken zich niet alleen terug uit internationale klimaatregimes zoals het Parijsakkoord. Ze ondermijnen ook actief klimaatbeleid. Dat was het meest zichtbaar binnen de Internationale Maritieme Organisatie (IMO), waar Washington in oktober 2025 samen met andere petrostaten een voorstel voor een wereldwijde koolstofprijs op scheepvaart torpedeerde. Het State Department bestempelde het voorstel als "a European-led neocolonial export of global climate regulations," waarna het werd afgevoerd na weken van intense diplomatieke druk, inclusief dreigementen met handelssancties en persoonlijke represailles tegen individuele onderhandelaars.

De Trump-regering zette ook het Internationaal Energieagentschap (IEA) onder druk omdat het te veel als 'cheerleader' voor klimaatbeleid zou optreden. Nadat het agentschap had gesuggereerd dat de wereldwijde vraag naar olie binnenkort zou pieken, noemde energieminister Chris Wright dat nonsens en dreigde hij met een Amerikaans vertrek. Het IEA zwichtte en herintroduceerde in de laatste World Energy Outlook het business-as-usualscenario, waarin de olie- en gasvraag tot 2050 blijft groeien, een projectie die gretig werd opgepikt door de media. Binnen het IEA zal opluchting hebben geheerst toen het agentschap niet op de lijst stond van multilaterale organisaties waaruit de VS zich vanaf 7 januari terugtrokken.

Trump gebruikt handels- en tariefdreigingen om bondgenoten in een pro-fossiele koers te duwen

Trump gebruikt handels- en tariefdreigingen om bondgenoten in een pro-fossiele koers te duwen. Japan en Zuid-Korea werden onder druk gezet om mee te investeren in een aardgasproject van 44 miljard dollar in Alaska. Dezelfde logica lag aan de basis van de energiedeal met de Europese Unie van afgelopen zomer, gesloten in de marge van de handelsdeal, waarin de EU beloofde om de komende drie jaar voor 750 miljard dollar aan Amerikaanse energie te kopen, een engagement dat door alle waarnemers als volstrekt onrealistisch wordt beschouwd. Als geopolitiek statement kan het echter tellen: de deal bevestigde een afhankelijkheidsrelatie en vergrootte de Amerikaanse hefboom tegenover Europa, ook in dossiers zoals klimaatbeleid en digitale regelgeving. Niet toevallig werd de overeenkomst door sommige waarnemers vergeleken met de ongelijke handelsverdragen die westerse mogendheden in de 19de eeuw aan China oplegden.

China's 'elektrotech imperium'

Waar petrostaten hun macht ontlenen aan wat zich onder de grond bevindt, bouwen elektrostaten hun invloed op boven de grond, met de controle van wat denktank Ember 'elektrotech' noemt, een set van nieuwe technologieën om elektriciteit op te wekken, op te slaan, te verplaatsen en te gebruiken. Geen enkel land komt op dit vlak in de buurt van de schaal en snelheid van China. In 2025 voegde China meer dan 400 gigawatt aan zonne- en windcapaciteit toe, wellicht meer dan alle andere landen van de wereld samen. Tegelijk domineert het land de productie van zonnepanelen, batterijen, vermogenselektronica en elektrische voertuigen. China importeert weliswaar minerale grondstoffen, maar domineert de verwerking en export van eindproducten.

Elektrificatie is voor China in de eerste plaats een industriële en geopolitieke strategie

Het Chinese succes in de energietransitie wordt in het Westen vaak gelezen als een klimaatverhaal, maar die lezing is niet correct. Elektrificatie is voor China in de eerste plaats een industriële en geopolitieke strategie. China bezit gewoon veel minder fossiele brandstoffen dan de VS, wat voor geopolitieke kwetsbaarheid zorgt, zoals bleek tijdens Israëls Twaalfdaagse Oorlog met Iran of de recente militaire actie van de VS in Venezuela, twee landen die nagenoeg al hun olie-exporten op China hadden georiënteerd. Zo'n 30% van de energievraag in China wordt reeds gedekt door elektriciteit, en daarmee loopt het ver voorop op de VS en zelfs de EU. Volgens het IEA is het 'tijdperk van elektriciteit' definitief aangebroken. Geopolitieke macht op de energiemarkten zal daarom steeds minder worden gemeten in 'miljoenen vaten per dag', en steeds meer in 'kilowattuur'.

Het Chinese energiemodel staat haaks op de pro-fossiele koers van Washington, en beide spelers bevinden zich in een hevige strijd om exportmarkten. In deze strijd om het overschot aan LNG of zonnepanelen te verkopen aan het buitenland, trekt Beijing almaar meer aan het langste eind. China verdient nu meer aan de export van groene energietechnologieën zoals zonnepanelen en batterijen dan de VS aan de export van olie en gas. In de eerste helft van 2025 exporteerde China voor 120 miljard dollar aan groene energietechnologieën, terwijl de VS voor 80 miljard dollar aan olie en gas verkochten aan het buitenland.

Die strategie speelt zich niet alleen af via technologie en handel, maar ook via ontwikkelingsfinanciering. Sinds de VS zich onder Trump grotendeels hebben teruggetrokken uit USAID en andere vormen van buitenlandse hulp, is in grote delen van het globale zuiden een financieringsvacuüm ontstaan. China heeft dat vacuüm in 2025 opvallend snel opgevuld: de financiering via het Belt and Road Initiative steeg met ongeveer drie kwart tot een recordniveau, met nieuwe investeringen die vooral naar energieprojecten, mijnbouw en infrastructuur gingen. Daarmee versterkt Beijing niet alleen zijn toegang tot grondstoffen en markten, maar ook zijn politieke invloed in regio's waar Washington terrein prijsgeeft.

Cruciaal daarbij is dat China's elektrificatiestrategie veel verder reikt dan energie alleen. De technologieën die de ruggengraat vormen van de energietransitie, vormen ook de kern van de economie en defensie van de 21ste eeuw. Elektrische voertuigen, drones, robots, slimme netten, batterijopslag en datacenters draaien allemaal op dezelfde combinatie van batterijen, elektromotoren, vermogenselektronica en software. Deze 'electric stack' is tegelijk civiel, industrieel en militair. China domineert dus niet enkel 'groene' technologieën, maar het industriële productiemodel dat in moderne conflicten steeds bepalender wordt.

Militaire dimensie

Er is nog een andere manier waarop energie de laatste tijd een harde, militaire dimensie gekregen. Energie-infrastructuur is steeds vaker een expliciet doelwit en centraal strijdtoneel. Oorlogvoering speelt zich niet alleen af aan het front, maar ook in en rond elektriciteitsnetten, raffinaderijen, pijpleidingen en datakabels.

Rusland viseert systematisch elektriciteitscentrales en hoogspanningsnetten in Oekraïne

De oorlog in Oekraïne illustreert dat scherp. Rusland viseert systematisch elektriciteitscentrales en hoogspanningsnetten om economische activiteit te ontwrichten en maatschappelijke veerkracht te breken. Oekraïne van zijn kant valt Russische raffinaderijen en brandstofdepots aan om de oorlogscapaciteit van de tegenstander te ondermijnen. De aanvallen waren zo effectief dat Rusland in 2025 tijdelijk de export van diesel en benzine verbood om tekorten op de binnenlandse markt te voorkomen. Kiev valt de laatste tijd ook olietankers aan uit de Russische schaduwvloot (oude, slecht verzekerde schepen die onder obscure vlaggen varen en olie vervoeren buiten het westerse sanctieregime om) in de Zwarte Zee, en zelfs tot in de Middellandse Zee.

Ook buiten open oorlogen is sabotage genormaliseerd. De explosies die in 2022 de Nord Stream-pijpleidingen in de Baltische Zee vernielden, herhaalde beschadigingen van onderzeese data- en elektriciteitskabels in Noord- en Oostzee, en het doorsnijden van onderzeese kabels rond Taiwan tonen hoe energie- en connectiviteitsinfrastructuur centrale doelwitten zijn geworden in grijze-zone-conflicten. Ook in Iran werden in 2024 grote gaspijpleidingen gesaboteerd. Staten testen elkaars kwetsbaarheden zonder formele oorlogsverklaring, precies omdat zulke infrastructuur met beperkte middelen disproportionele ontwrichting veroorzaakt.

Deze ontwikkeling vervaagt de grens tussen civiel en militair.

Europa tussen afhankelijkheid en autonomie

Voor Europa is deze nieuwe geopolitiek van energie bijzonder ongemakkelijk. Eind vorig jaar kondigde de EU aan dat het tegen eind 2027 volledig zal stoppen met de import van Russisch gas. Volgens Commissievoorzitter Ursula von der Leyen is Europa daarmee op weg naar 'energieonafhankelijkheid'. De pijnlijke waarheid is dat de EU in enkele jaren tijd haar afhankelijkheid van Gazprom heeft ingeruild voor een nieuwe afhankelijkheid van Amerikaans vloeibaar gas (LNG). Dat gebeurde uit noodzaak, maar het resultaat is een structurele kwetsbaarheid die verder reikt dan energie alleen.

De EU heeft haar afhankelijkheid van Gazprom ingeruild voor een nieuwe afhankelijkheid van Amerikaans vloeibaar gas

In het derde kwartaal van 2025 kwam niet minder dan 60% van de LNG-importen in de EU uit de VS. De risico's van die nieuwe afhankelijkheid worden vaak nog geminimaliseerd. Amerikaanse energie zou minder riskant zijn dan onze afhankelijkheid van Gazprom want de VS zijn een democratie, hun energiesector is privaat en gefragmenteerd, en hun exporten volgen de markt.

De idee dat Amerikaanse energie minder politiek risicovol zou zijn, is een illusie. Washington heeft herhaaldelijk getoond dat het afhankelijkheden kan inzetten als machtsmiddel. Tijdens de Suezcrisis zette Eisenhower Groot-Brittannië en Frankrijk onder druk door hun oliebevoorrading af te knijpen. In de jaren 1970 verbood Nixon de export van ruwe olie. Meer recent sanctioneerden Amerikaanse regeringen Venezolaanse en Iraanse olie, Russisch gas en zelfs derde landen die daarmee handel dreven. Zelfs onder Biden werden LNG-exportvergunningen tijdelijk bevroren.

Amerikaanse energie is dus allerminst immuun voor politiek ingrijpen, en hier is de kwestie Groenland belangrijk. Amerikaanse LNG exporten naar landen waarmee de VS geen vrijhandelsakkoord hebben (zoals de EU-landen) moeten een exportvergunning krijgen van het Amerikaanse energieministerie. Naast de handelstarieven waarmee Trump de EU landen wil dwingen om Groenland te verkopen aan de VS, zou hij dus ook het gaswapen kunnen inzetten.

Opmerkelijk genoeg krijgt die kwetsbaarheid veel minder aandacht in het Europese debat, dat zich eerder toespitst op de vermeende risico's van afhankelijkheid van Chinese toeleveringsketens voor schone technologie. Daarbij wordt vaak voorbijgegaan aan een cruciaal verschil tussen beide vormen van afhankelijkheid. Afhankelijkheid van fossiele brandstoffen is structureel en acuut: ze bindt Europa aan continue importstromen die politiek kunnen worden afgeknepen of gemanipuleerd. Afhankelijkheid van cleantech is van een andere orde. Eenmaal geïnstalleerd, verminderen zonnepanelen, batterijen en elektrische wagens de behoefte aan energie-importen jaar na jaar. Zelfs wanneer productie en verwerking sterk geconcentreerd zijn in China, verkleint elektrificatie stelselmatig de strategische kwetsbaarheid van Europa.

Elektrificatie verkleint stelselmatig de strategische kwetsbaarheid van Europa

Dat betekent niet dat Europa zich zomaar moet neerleggen bij een bijna totale uitbesteding van cleantechproductie aan China. Wie de industriële kern van de energietransitie uit handen geeft, riskeert niet alleen economische verarming, maar ook strategische kwetsbaarheid. Zoals reeds gezegd, batterijen, halfgeleiders, elektrische aandrijvingen en vermogenselektronica zijn tegelijk onmisbaar voor schone energie, geavanceerde productie en militaire slagkracht. De keuze om deze sectoren al dan niet in Europa te verankeren is daarom geen louter economisch vraagstuk, maar een geopolitieke beslissing over autonomie en macht.

 

SAMPOL ONLINE

40€/jaar

  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
Meest gekozen 

SAMPOL COMPLEET

50€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
 

SAMPOL STEUN

100€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
  • Je krijgt een SamPol draagtas*
 

SAMPOL SPONSOR

500€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
  • Je krijgt een SamPol draagtas*