De sirenenzang van het rechts-populisme betovert iedereen, ook een aantal van mijn progressieve vrienden. Hoe komt dit toch?
Een tijdje geleden schreef ik op Facebook een stukje over een fenomeen dat me bijzonder fascineert. Ik heb al een tijd de indruk dat heel wat progressieven – waaronder mensen die ik altijd geapprecieerd heb – afgegleden zijn naar een populistisch discours dat deels overlapt met het rechts-populisme.
Soms lees je dat enkel tussen de lijnen, maar vaak lijkt het om een radicale omslag te gaan waarbij vrienden van weleer plots rabiate antivaxers zijn geworden, blanke supremacisten als Charlie Kirk verheerlijken, het Trump-regime ‘toch niet zo slecht vinden’, de EU omschrijven als een dictatuur, al dat gezeur over gender zo beu zijn als koude pap, of de vrees uiten dat we straks allemaal een hoofddoekje moeten dragen en geen varkensvlees meer mogen eten.
Corona, Kirk en Geysels
Ik merkte het voor het eerst tijdens de coronaperiode: mensen die zich eerder aan de progressieve, ecologische kant van het spectrum bevonden, werden plots notoire antivaxers die de meest bizarre theorieën verkondigden, zoals ze ook op rechtse fora te vinden zijn. Wat aanvankelijk een niet eens onterechte kritische houding was naar de pharma-industrie, verschoof zo naar volstrekt onwetenschappelijke complottheorieën, een diabolisering van de overheid en het zich terugtrekken in obscurantisme. Het bleef niet beperkt tot mensen die niet echt een gedegen algemene opleiding hebben gekregen, maar breidde zich uit naar academisch geschoolden of andere mensen waarvan je kon verwachten dat ze toch een beetje nadenken.
Het valt me op dat dit fenomeen zich vandaag opnieuw voordoet. De genocide in Gaza, de gevolgen van klimaatverandering, de oorlog in Oekraïne én de machtsgreep van MAGA in de VS lijken als brandversnellers te werken. Opnieuw speelt een zekere systeemkritiek, kenmerkend voor progressieven, die omslaat naar een populistisch discours dat overlapt met het rechtse frame van anti-elite en anti-establishment dat wantrouwig staat tegenover overheid, wetenschap en media.
Zo loofde Vlaamse bedienaar van de katholieke eredienst, Rob Allaert, die bekendstond als een eerder progressieve voorganger, de neergeschoten Charlie Kirk als een groot voorbeeld voor een christelijke revival. Kirk – een verspreider van haat, misogynie en blank suprematisme – staat mogelijk voor een daadkrachtig, strijdbaar en polariserend christendom, iets wat ontbreekt in de eerder progressieve varianten van het christendom. Maar het gaat niet enkel over het christendom volgens de voorganger. De mensen die betogen tegen de genocide in Gaza zijn er op uit het Westen te vernietigen, links is dogmatisch en ‘danst bij de moord op Charlie Kirk’, Greta Thunberg geeft niets om de terroristische aanval van Hamas, … dat soort dingen. De man is volledig in de rabbit hole van het rechts-populisme verdwenen.
Een ander voorbeeld is Marnix Peeters, columnist van HLN, die Jos Geysels verantwoordelijk acht voor de vertragingen van de bussen van de Lijn. Want Geysels is de vader van het cordon sanitaire en dat is dan weer de oorzaak dat Vlaanderen op zijn gat ligt. Dat ook Nederland op zijn gat ligt, of dat de bussen het in Wallonië ook niet zo geweldig goed doen, terwijl daar nooit zo’n cordon bestond, doet er even niet toe. Hier zien we hoe systeemkritiek in een populistische logica terechtkomt. Complexe fenomenen worden vertaald naar eenvoudige schuldverhalen die perfect passen in rechtse frames.
Marc Elchardus lijkt ook al even weggegleden te zijn in de rabbit hole
Recent nog lazen we de column in De Morgen (7/2) van Mark Elchardus die zich afvraagt of de handhaving van de wetgeving die het illegaal binnenkomen in de VS strafbaar stelt, kan worden omschreven als fascisme. Elchardus, die ook al even lijkt weggegleden te zijn in de rabbit hole, insinueert van niet. ICE doet gewoon aan handhaving, een argument dat zo geplukt is uit het playbook van MAGA. De voormalige ‘huisideoloog’ van de Vlaamse sociaaldemocratie vertelt ons dat het Amerikaanse beleid van Trump de gewone en normale gang van zaken is. Niks fascisme.
Populistische attitudes
Samenleving & Politiek vroeg me om mijn korte Facebookpost uit te breiden tot een essay. Dat is een zéér risicovolle opdracht. Niet enkel omdat ik helemaal geen politicoloog ben en dus vertrek vanuit een onwetenschappelijk buikgevoel, maar ook omdat er nog niet zoveel onderzoek is gedaan naar de lokroep van het populisme bij (vermeende) progressieven. Het wetenschappelijke onderzoek naar populisme richtte zich voornamelijk op populistische actoren, zoals partijen, politieke kopstukken en regeringen. Pas recent buigen politieke wetenschappers zich over de populistische attitudes van individuele burgers. De vraag luidt dan: wie zijn de mensen die populistisch gedrag vertonen en waarom doen ze dat?
Het recente onderzoek bevestigt alvast mijn buikgevoel, namelijk dat populistisch gedrag bij individuele burgers zich niet beperkt tot de usual suspects, namelijk het kiespubliek van uiterst rechtse partijen. Het fenomeen waaiert breed uit, speelt ook bij mensen die gewoonlijk op niet-populistische partijen stemmen en dus ook bij progressieven.
Populistisch gedrag bij individuele burgers beperkt zich niet tot de usual suspects
Het opborrelen van populistische attitudes wordt klassiek verklaard door twee dynamieken.
De eerste verklaring gaat er van uit dat populistisch gedrag een persoonlijkheidskenmerk is – wellicht gekneed tijdens de jeugdjaren – en sluimerend aanwezig is tot één of andere trigger de sluizen opent. Zo’n triggers hebben vaak te maken met vermeende dreigingen die de betrokkene ervaart, ontevredenheid over het beleid of andere sociaaleconomische klachten. De klachten en ontevredenheid hebben betrekking op een aantal fenomenen, zoals de crisis van de traditionele politiek, ongelijkheid als gevolg van globalisering én een cultureel-identitaire weerslag tegenover progressieve waarden die traditionele waardepatronen op de helling dreigen te zetten, zoals het homohuwelijk of gender. Die verklaring ziet populistisch gedrag als een statisch gegeven, dat in potentie altijd aanwezig is bij een welbepaalde bevolkingsgroep.
De tweede verklaring ziet populisme eerder als een dynamisch gegeven. Ze vertrekt ook van klachten en ontevredenheid bij burgers die zich vertalen in populistisch gedrag, maar bijsturing kan dat gedrag beïnvloeden. Het is uiteraard niet ondenkbaar dat beide dynamieken soms samen spelen.
Het 'volk' versus de 'elite'
De populistische dynamiek lijkt breed aanwezig te zijn in de samenleving, hoewel de thema’s die populistisch gedrag aanwakkeren stevig kunnen verschillen. Waar immigratie, criminaliteit of de bedreiging van traditionele waarden belangrijk kunnen zijn voor eerder conservatieve burgers, kunnen thema’s als gezondheid of klimaat dat zijn voor eerder progressieve burgers. De eerste groep kan daarbij geneigd zijn om een krachtiger, strenger en bestraffender leiderschap te verkiezen, terwijl de tweede groep mogelijk voorstander is van meer directe participatie en inspraak. Maar beide groepen delen met elkaar de ervaring dat het beleid hun zorgen niet aanpakt. De onvrede over de werking van de democratie is bij beide groepen groot. Dat verklaart mogelijk waarom sommige progressieven rechts-populistische narratieven overnemen. Niet noodzakelijk omdat ze plots ‘rechts’ zijn geworden, maar omdat hun onvrede en hun gevoel om niet vertegenwoordigd te zijn in het politieke landschap aansluiten bij populistische frames.
De basis van het populistische frame is immers gebouwd op de tegenstelling tussen ‘het volk’ enerzijds en ‘de elite’ anderzijds, dat als een ideologisch kader fungeert binnen de uiterst rechtervleugel van het politieke spectrum. Het begrip elite wordt merkwaardig genoeg redelijk vaag gehouden. Na de overwinning van Zohran Mamdani op 5 november 2025 in New York titelde de New York Times: ‘How Mamdani beat back New York’s elite’. Daarmee werd een héél andere elite bedoeld dan diegene waar rechts-populisten het over hebben. Er bestaan dus vele ‘elites’, maar hun kenmerk is steeds dat ze gepercipieerd worden als al dan niet reële, maar vooral ongrijpbare en verre centra van politieke macht die géén rekening houden met de besognes van ‘gewone mensen’.
Complotdenken
De stap om te geloven dat er allerlei complotten bedacht worden die de vermeende elite aan de macht houden, terwijl de ‘gewone mens’ in zijn miserie mag blijven sudderen, is niet zo héél groot. Zulk een ‘elite’ is daarom wellicht corrupt, of bestaat uit ‘graaiers’, om nu maar eens begrippen te gebruiken uit zowel het rechtse als het linkse populistische jargon. Populisten geven dan ook vaak aan dat ze andere actoren aan de knoppen willen dan de klassieke politieke en institutionele actoren die ze als de corrupte elite beschouwen. Die wens leeft niet enkel aan de rechterzijde, waar bijvoorbeeld een oligarchie waarin captains of industry de boel overnemen, of zelfs een theocratie, waarin geestelijken weer een rol gaan spelen, idealen zijn. Het leeft ook aan de linkerzijde, waar burgerpanels een uitkomst kunnen bieden, of allerlei zelfverklaarde experts uit de alternatieve sector nu eindelijk eens een tegengewicht moeten bieden voor de corrupte wetenschappers die louter ten dienste staan van de pharma-industrie.
Complotdenken komt vaak voort uit precies datgene waar progressieven trots op zijn: een (vermeende) kritische houding
Onderzoek van sociaal-psychologen Karen Douglas en Jan-Willem van Prooijen laat zien dat complotdenken vaak voortkomt uit precies datgene waar progressieven trots op zijn: een (vermeende) kritische en onafhankelijke houding. Mensen die zichzelf omschrijven als ‘kritische denkers die de dingen doorzien’, kunnen kritiek op een relatief vage en ongedefinieerde elite als een bevestiging van hun eigen kritisch vermogen gaan zien: ‘wij slikken niet zomaar wat het beleid ons wijs maakt’. In werkelijkheid gaat dit vaak gepaard met illusory pattern perception: verbanden zien die er niet zijn, zoals het verband tussen het cordon sanitaire en de bussen die niet op tijd komen, of de begrafenis van een christelijke, rechts-radicale blanke supremacist met de boodschap van Onze-Lieve-Heer. Omdat dit soort narratieven doorgaans ingebed zijn in rechts-populistische frames, schuiven teleurgestelde progressieven zo ongemerkt mee in een discours dat haaks lijkt te staan op hun oorspronkelijke overtuigingen.
Populisme creëert populisme
Je ziet bij deze mensen ook de reacties op hun Facebookposts veranderen. Ze winnen langzaam aan rechtse volgers die blij zijn dat ‘iemand eens de waarheid schrijft’ en ‘eindelijk eens kritisch is’. De vraag is of ze gewoon wisselen van achterban, van progressieven naar rechts-conservatieven, of dat ze er in slagen hun oorspronkelijke progressieve achterban te overtuigen. Ik vrees dat vooral dat laatste het geval is. Wellicht speelt ook een soort wederzijdse versterkende dynamiek: ontevredenheid aan de progressieve kant van het spectrum ent zich op een populistisch frame van de rechterzijde, wat eerder rechts-populisten naar de ‘bekeerlingen’ uit de linkerkant lokt, die zich op hun beurt gesterkt weten in hun kritische analyse van de maatschappelijke problemen.
Die versterkende werking merkten onderzoekers ook op toen ze onderzochten wat precies de respons van burgers was op progressieve beleidsvoorstellen. De populistische reactie daarop bij burgers over het volledige politieke spectrum, is groter in landen waar rechts-radicale partijen sterk staan. De afgelopen decennia hebben dit soort progressieve beleidsvoorstellen betrekking op allerlei crises die zich hebben aangediend, zoals natuurrampen als gevolg van klimaatverandering (de Green Deal van de EU en de energietransitie), wereldwijde pandemieën (de coronamaatregelen en vaccinatiecampagnes), oorlogen en de daarbij horende vluchtelingenstromen (het Wir schaffen das van Merkel), enzovoort. De politieke antwoorden daarop zijn meestal ingrijpend en van die aard dat ze de status quo in gevaar brengen, wat uiteraard weerstand opwekt. Ondanks politieke leuzen zoals de ‘kracht van verandering’, houden de meeste mensen helemaal niet van verandering. Als veranderingen als bedreigend of onrechtvaardig ervaren worden, valt een terugslag te voorspellen. Je zou verwachten dat progressieve beleidsvoorstellen – in het bijzonder met betrekking tot migratie, klimaat of gender – vooral weerzin opwekken bij kiezers die traditioneel aanleunen bij rechts of bij groepen die maatschappelijk zwakker staan, en toegejuicht worden door traditioneel progressieven, maar dat blijkt niet het geval te zijn. “Opvallend genoeg blijken deze effecten opmerkelijk universeel te zijn over verschillende maatschappelijke groepen heen (…) De bevindingen suggereren dat de retoriek van radicaal-rechtse populisten effectief oppositie tegen progressieve beleidsmaatregelen kan aanwakkeren, ongeacht de sociaaleconomische status of ideologische oriëntatie van burgers,” aldus Duitse wetenschappers Paul Vierus en Conrad Ziller.
Een rechts-populistisch discours besmet niet enkel burgers aan de rechterzijde, maar over het hele politieke spectrum
Het rechts-populistische discours gebruikt progressieve beleidsvoorstellen als een vehikel om hun anti-eliteretoriek te versterken teneinde de politieke steun voor verandering te ondergraven. Merkwaardig genoeg slaat dat ook aan bij mensen die zich eerder aan de progressieve zijde van het politieke spectrum bevinden. Neem nu de migratieproblematiek. Gewoonlijk hebben progressieven de neiging om immigratie als minder problematisch te ervaren, terwijl conservatieven zich er eerder tegen verzetten. Maar beide groepen kunnen in een populistische kramp schieten als ze de indruk krijgen dat het reguleren van migratie in de soep draait. “Wanneer beide groepen worden blootgesteld aan een populistische boodschap die de regering de schuld geeft van falend immigratiebeleid, vertonen beide groepen in gelijke mate een afname in politieke steun vergeleken met groepen die zo’n boodschap niet ontvingen, eenvoudigweg omdat mensen de neiging hebben hun houdingen bij te stellen in de richting van de informatie die ze ontvangen”, aldus opnieuw Paul Vierus en Conrad Ziller. Een rechts-populistisch discours besmet dus niet enkel burgers aan de rechterzijde, maar over het hele politieke spectrum. De lokroep van het populisme heeft veel minder te maken met de ideologie van uiterst rechts, maar met het mechanisme dat ‘schuldigen’ aanwijst voor een falend beleid.
Betrokkenheid creëert populisme
Dat progressieven net zo gevoelig kunnen zijn voor de lokroep van het populisme, blijkt ook uit een interessant recent onderzoek dat een populistische terugslag in verband brengt met de mate waarin mensen specifieke thema’s zeer relevant vinden. De onderzoekers baseerden zich op de German Longitudinal Election Study (GLES), zeg maar een langlopend onderzoek naar politieke attitudes, stemgedrag, mediagebruik en vertrouwen in instituties bij Duitse burgers. Het onderzoek toont aan dat ook kiezers die traditioneel voor niet-populistische partijen stemmen, de omslag maken naar populisme als ze zich politiek niet meer vertegenwoordigd voelen rond thema’s die ze belangrijk vinden. Hoe hoger de zogenaamde ‘relevantiescore’ en de indruk dat het relevante thema niet naar behoren wordt aangepakt, hoe gevoeliger voor populistische retoriek.
Het opvallende is dat die dynamiek losstaat van traditionele ideologische overtuigingen. Iedereen – ook progressieven – is er gevoelig voor. Het meetbare effect is volgens de onderzoekers vergelijkbaar met andere bekende voorspellers zoals opleiding of tevredenheid met de democratie.
Populisme als verwijzer naar spanningen
Dat ‘gevoelens’ van ontevredenheid een rol spelen in de gestage groei van populistische attitudes aan alle kanten van het politieke spectrum is ook de conclusie van een recent Italiaans onderzoek van Matteo Antonini en collega’s: ‘We bestudeerden de wisselwerking tussen populistische attitudes en drie concepten die vaak met populisme worden geassocieerd, en die wij toeschreven aan het domein van de emotionele symbolisering van de politieke wereld: vervreemding, machteloosheid en proteststemmen. Vervreemding weerspiegelt een passieve vervreemding van de politiek, terwijl machteloosheid het potentieel aan wrok bij burgers voedt, wat leidt tot proteststemmen als reactie.’
Die emoties beperken zich niet langer tot de rechtervleugel van het politieke spectrum. De oude, economisch links-rechtstegenstelling vervaagt, terwijl culturele en identitaire dimensies aan belang winnen. Populisme wordt zo een indicator van die nieuwe breuklijn. Populistische attitudes wijzen op een maatschappelijke transformatie waarbij kritisch denken, wantrouwen tegenover instituties en identiteit/spiritualiteit onderdeel worden van een bredere populistische logica.
Conspirituality
Ik laat ook ‘spiritualiteit’ vallen omdat ik – vooral tijdens de coronaperiode – de indruk had dat mensen met een grote belangstelling voor spiritualiteit, als alternatief voor traditionele religies – die als behoudsgezind en patriarchaal werden ervaren – in sneltreinvaart rechts-populistische retoriek overnamen. Die groep wordt aangeduid met de term conspirituals — een samentrekking van conspiracy en spirituality.
Ze had aanvankelijk haar wortels in uitgesproken progressieve milieus. Het ging om mensen die zich afkeerden van materialisme, autoriteit en de gevestigde orde, en alternatieven zochten in ecologie, yoga, vegetarisme, holistische geneeskunde en alternatieve vormen van spiritualiteit. Deze subculturen ontstonden uit verzet tegen het neoliberalisme en de industriële rationaliteit. Ze benadrukken het belang van zorg voor lichaam, ziel en planeet, en staan wantrouwig tegenover de politieke en economische elites die winst boven welzijn plaatsen. Ze zijn vaak feministisch geïnspireerd, met grote aandacht voor vrouwelijke waarden, Moeder Natuur of godinnenspiritualiteit, die tegenover een traditionele, patriarchale en onderdrukkende religiositeit werd geplaatst.
Wat oorspronkelijk een progressieve, emanciperende tegenbeweging was, evolueerde in de voorbije tien jaar opmerkelijk vaak naar rechts-populistisch complotdenken, vandaar het begrip conspirituality, een hybride geloofssysteem dat twee kernideeën verenigt: het geloof dat er ‘een geheime elite de wereld controleert’ en de overtuiging dat ‘mensheid en planeet zich op de drempel van een spiritueel ontwaken bevinden’. Onderzoek in Spanje toonde aan dat antivaxbewegingen tijdens de coronapandemie sterk gedragen werden door netwerken van alternatieve therapeuten en yogadocenten. Ander onderzoek maakte duidelijk dat wellness- en alt-health-influencers, grotendeels vrouwen, spirituele taal vermengden met complotretoriek.
Wellness- en alt-health-influencers, grotendeels vrouwen, vermengen spirituele taal met complotretoriek
De verschuiving van progressieve zelfzorg naar reactionaire waarheidsstrijd maakt de paradox des te opmerkelijk: uitgerekend zij die kritisch stonden tegenover patriarchale en kapitalistische structuren, herhalen nu vaak de autoritaire en dualistische patronen die ze ooit bestreden. Opnieuw speelt het populistische narratief van de ‘elite’ tegen het ‘volk’ een centrale rol in de kanteling van een progressief, ecologisch en vrouwvriendelijk verhaal naar rechts-populistisch antisysteemdenken. En opnieuw is het de vermeende kritische geest – een kenmerk van progressief denken – dat hen in de rechts-populistische rabbit hole doet verdwijnen.
Lokroep
Voor een goed begrip van populisme is het belangrijk niet enkel naar populistische partijen te kijken, maar ook naar de brede groep burgers met populistische houdingen. Voor deze groep geldt vaak dat ze niet per definitie antidemocratisch zijn, maar van mening zijn dat de democratie zoals ze nu werkt, mank loopt. Er is een breed gedragen gevoel dat grote uitdagingen niet naar voldoening aangepakt worden, dat een wereld in verandering bedreigend is en de politieke vertegenwoordiging te wensen over laat. Die analyse lijkt me zelfs correct. Maar de daaropvolgende stap is problematisch, namelijk de omslag naar een narratief dat een geheimzinnige en corrupte politieke elite, ondersteund door al even corrupte wetenschappers en een fake news pers opsluit in een wereldwijd complot dat er op gericht is de gewone burger de duvel aan te doen.
Progressieven gaan er al te makkelijk van uit dat die lokroep beperkt blijft tot de klassieke achterban van radicaal-rechtse partijen of enkel mensen aanspreekt die sociaaleconomisch achtergesteld zijn. Dat blijkt niet het geval te zijn. De sirenenzang van het populisme betovert iedereen, ongeacht hun ideologische achtergrond, hun sociaaleconomische positie of hun opleidingsniveau. Of, zoals u het allicht al gemerkt hebt, ook uw progressieve vriend of vriendin is verdwenen in de rabbit hole van het rechts-populisme.